Problemen met DNS oplossen

 

Van toepassing op: Office 365 for professionals and small businesses, Office 365 for enterprises, Live@edu

Onderwerp laatst gewijzigd: 2011-12-16

Als u problemen ondervindt met de e-mailstroom naar uw Exchange-cloudorganisatie of problemen ondervindt met het openen van een cloudpostvak in Outlook, kunt u de Microsoft Exchange Remote Connectivity Analyzer (ExRCA) gebruiken om uw domein te testen. U kunt ook het hulpprogramma Nslookup gebruiken om de DNS-records voor uw domein te bekijken.

Uw domein testen met de Exchange Server Remote Connectivity Analyzer

Gebruik de tests op https://www.testexchangeconnectivity.com om de volgende problemen met uw domein op te lossen:

Opmerking   ExRCA heeft een aantal andere tests die u voor uw domein kunt uitvoeren. Sommige van deze tests zijn echter alleen relevant voor een lokale Microsoft Exchange-organisatie.

De stroom inkomende e-mail testen

Als u met ExRCA de stroom inkomende e-mail wilt testen, selecteert u Inbound SMTP Email onder Internet E-Mail Tests. Met deze test worden alle beschikbare MX-records voor het domein opgehaald en worden vervolgens de volgende tests uitgevoerd voor alle gevonden MX-records:

  1. Tijdens deze test wordt geprobeerd de hostnaam die in de MX-record wordt gespecificeerd om te zetten naar een IP-adres.

  2. Hiermee wordt de verbinding getest tussen TCP-poort 25 en de hostnaam die in de MX-record wordt gespecificeerd. TCP-poort 25 is de poort die door SMTP wordt gebruikt.

  3. Er wordt een test-e-mailbericht verzonden naar een account in het door u opgegeven domein.

  4. Hiermee wordt de hostnaam die in de MX-record wordt gespecificeerd getest op open doorgifte. Een open doorgifte wil zeggen dat berichten opnieuw kunnen worden doorgegeven door een andere server te gebruiken, zodat de werkelijke herkomst van het bericht wordt gemaskeerd. N.B.: deze laatste test is niet relevant voor Exhange in de cloud, omdat u die niet voor open doorgifte kunt configureren, zelfs niet per ongeluk.

De test Inbound SMTP Email gebruiken om de stroom e-mails te testen en de MX-record voor e-mailroutering voor uw domein te controleren

  1. Open https://www.testexchangeconnectivity.com.

  2. Selecteer Inbound SMTP E-Mail onder Internet E-Mail Tests en klik op Next.

  3. Geef in het onderdeel Inbound SMTP Email het e-mailadres van de account in uw domein op, bijvoorbeeld admin@contoso.edu.

    Opmerking   Tijdens de test wordt geprobeerd een bericht te verzenden naar het e-mailaccount dat u hebt opgegeven. Als u geen werkende accounts hebt in uw clouddomein, zal dit deel van de test mislukken.

  4. Typ in het onderdeel Verification de letters die worden weergegeven in de CAPTCHA-afbeelding en klik op Perform Test.

  5. Wanneer de test is uitgevoerd, kunt u het volgende doen:

    • Klik op Copy om de informatie in het rapport op te slaan. Vervolgens kunt u de informatie in een tekstbestand plakken.

    • Klik op Expand All om de testresultaten te bekijken.

De test Incoming SMTP E-Mail mislukt altijd als u een MX-record voor het bewijzen van het domeineigendom hebt gemaakt. Zie het onderdeel Test Steps voor een goed begrip van de testresultaten. Voor elke MX-record ziet u de twee tests Testing Mail Exchanger:

  • Testing Mail Exchanger <token>.mail.outlook.com.   Hiermee wordt de MX-record voor e-mailroutering getest. Deze stap en alle volgende substappen moeten goed worden uitgevoerd.

  • Testing Mail Exchanger <token>.msv1.invalid.   Hiermee wordt de MX-record voor het bewijs van het domeineigendom getest. Deze test mislukt altijd, omdat deze MX-record niet is bedoeld voor het routeren van e-mail.

Bovenaan op pagina

De Outlook-verbinding met een postvak testen

Als u de Outlook-verbinding met een postvak wilt testen met ExRCA, selecteert u Outlook Autodiscover onder Microsoft Office Outlook Connectivity Tests. Tijdens deze test worden drie verschillende methoden gebruikt om contact te maken met de Autodiscover-service voor uw domein. De verwachting is dat alleen de "HTTP redirect method" zal slagen. Deze test omvat het volgende:

  1. Er wordt geprobeerd de host "autodiscover.<domeinnaam>" om te zetten naar een IP-adres.

  2. De verbinding tussen TCP-poort 80 en de host "autodiscover.<domeinnaam>" wordt getest. TCP-poort 80 is de poort die door http wordt gebruikt.

  3. De host "autodiscover.<domeinnaam>" wordt getest op het bevestigen van een HTTP-omleiding.

  4. De geldigheid van de omleidings-URL uit het vorige resultaat wordt getest.

De test Outlook Provider Autodiscover gebruiken om de Outlook-verbinding met een postvak te testen en om de CNAME-record voor Autodiscover voor uw domein te controleren

  1. Open https://www.testexchangeconnectivity.com.

  2. Selecteer Outlook Autodiscover onder Microsoft Office Outlook Connectivity Tests en klik op Next.

  3. Geef in het onderdeel Outlook Autodiscover de volgende gegevens op:

    • E-mail Address   Geef het e-mailadres van de account in uw clouddomein op, bijvoorbeeld testuser@contoso.edu.

    • Domain\Username (or UPN)   Geef hetzelfde e-mailadres op dat u hebt ingevoerd in het vorige veld, bijvoorbeeld admin@contoso.edu.

    • Wachtwoord   Geef het wachtwoord op voor de account die u in de vorige stappen hebt opgegeven en bevestig het.

    • Ignore Trust for SSL   U hoeft dit selectievakje niet in te schakelen.

  4. Schakel het selectievakje in om de beveiligingswaarschuwing te bevestigen.

    Opmerking   Zoals beschreven in de beveiligingswaarschuwing en in het onderdeel Notice, raden we u aan een tijdelijk testaccount te gebruiken. Wanneer u klaar bent met testen, kunt u de account weer verwijderen.

  5. Typ in het onderdeel Verification de letters die worden weergegeven in de CAPTCHA-afbeelding en klik op Perform Test.

  6. Wanneer de test is uitgevoerd, kunt u het volgende doen:

    • Klik op Copy om de informatie in het rapport op te slaan. Vervolgens kunt u de informatie in een tekstbestand plakken.

    • Klik op Uitvouwen/Samenvouwen om de testresultaten te bekijken.

Let vooral goed op de testresultaten onder "Attempting to contact the Autodiscover service using the HTTP redirect method". Als de CNAME-record voor Autodiscover voor uw clouddomein correct is geconfigureerd, zouden alle tests moeten slagen.

N.B.: de volgende tests onder "Attempting each method of contacting the AutoDiscover Service" zullen mislukken, zelfs als uw CNAME-record voor Autodiscover correct is geconfigureerd:

  • Attempting to test potential AutoDiscover URL https://<domeinnaam>/AutoDiscover/AutoDiscover.xml

  • Attempting to test potential AutoDiscover URL https://autodiscover.<domeinnaam>/AutoDiscover/AutoDiscover.xml

Bovenaan op pagina

De DNS-records bekijken met Nslookup

Het hulpprogramma Nslookup, dat bij elke versie van Microsoft Windows wordt geleverd, kunt u gebruiken om de DNS-records voor uw domein te bekijken.

Opmerking   Beperkingen door firewalls of internetproxyservers binnen het interne netwerk van uw organisatie kunnen een reden zijn dat het hulpprogramma Nslookup niet goed werkt.

Bovendien moet u in de volgende stappen altijd uw domeinnaam typen inclusief een punt aan het eind. Deze punt ( . ) geeft aan dat het een FQDN (Fully Qualified Domain Name) betreft. Het gebruik van de punt voorkomt dat een standaard DNS-achtervoegsel dat voor uw netwerk is geconfigureerd per ongeluk aan de domeinnaam wordt toegevoegd.

De MX-records bekijken

Open een opdrachtprompt en voer de volgende opdracht uit:

Nslookup -type=MX <domain name>.

Als uw domeinnaam bijvoorbeeld contoso.edu is, voert u de volgende opdracht uit:

Nslookup -type=MX contoso.edu.

Let op de punt aan het eind van de domeinnaam. Als u twee MX-records hebt, één record voor het bewijzen van het domeineigendom en één record voor e-mailroutering, kan het resultaat van deze opdracht als volgt zijn:

contoso.edu   MX preference=10, mail exchanger = e0e792760b25459f40912aae164e0a.mail.outlook.com
contoso.edu   MX preference=100, mail exchanger = msv1.invalid

Bovenaan op pagina

De CNAME-record voor Autodiscover bekijken

Open een opdrachtprompt en voer de volgende opdracht uit:

Nslookup -type=CNAME autodiscover.<domain name>.

Als uw domeinnaam bijvoorbeeld contoso.edu is, voert u de volgende opdracht uit:

Nslookup -type=CNAME autodiscover.contoso.edu.

Let op de punt aan het eind van de domeinnaam. Het resultaat van deze opdracht kan als volgt luiden:

autodiscover.contoso.edu   canonical name = autodiscover.contoso.edu

Bovenaan op pagina

De TXT-records bekijken

Open een opdrachtprompt en voer de volgende opdracht uit:

Nslookup -type=TXT <domain name>.

Als uw domeinnaam bijvoorbeeld contoso.edu is, voert u de volgende opdracht uit:

Nslookup -type=TXT contoso.edu.

Let op de punt aan het eind van de domeinnaam. Als u twee MX-records hebt, één record die ervoor zorgt dat de systemen die e-mail ontvangen, de berichten vanaf uw domein kunnen vertrouwen, en één record voor het bewijzen van het domeineigendom, kan het resultaat van deze opdracht als volgt zijn:

contoso.edu   text = "v=spf1 include:outlook.com ~all"
contoso.edu   text = "v=msv1 t=e0e792760b25459f40912aae164e0a"

Bovenaan op pagina

De SRV-records bekijken

Opmerking   De SRV-record die in dit voorbeeld wordt gebruikt, wordt alleen in Live@edu gebruikt.

Open een opdrachtprompt en voer de volgende opdracht uit:

Nslookup -type=SRV _sipfederationtls._tcp.<domain name>.

Als uw domeinnaam bijvoorbeeld contoso.edu is, voert u de volgende opdracht uit:

Nslookup -type=SRV _sipfederationtls._tcp.autodiscover.contoso.edu.

Let op de punt aan het eind van de domeinnaam. Het resultaat van deze opdracht kan als volgt luiden:

_sipfederationtls._tcp.contoso.edu   SRV service location:
   priority    = 10
   weight    = 2
   port    = 5061
   svr hostname    = federation.messenger.msn.com

Bovenaan op pagina

Problemen in de Nslookup-resultaten oplossen

Als een of meer van uw DNS-records niet goed lijken te werken of als de services die aan de DNS-records zijn gekoppeld, niet goed werken, kan dat een van de onderstaande oorzaken hebben:

  • U maakt bij het maken van records heel gemakkelijk een typefout. Zorg ervoor dat u de juiste waarden gebruikt wanneer u DNS-records maakt.

  • Sommige DNS-hostingservices ondersteunen het beheer van meerdere domeinen via dezelfde webbeheerinterface. Dit betekent dat u voor bepaalde typen DNS-records @ moet typen om de naam van het bovenliggende domein te specificeren. Als u in plaats van @ de werkelijke domeinnaam typt, kan dat leiden tot onverwachte resultaten in de DNS-record.

  • Sommige DNS-hostingservices ondersteunen mogelijk de MX-prioriteitswaarde 0 (nul) niet. Probeer in dat geval in plaats van 0 de waarde 10 in de MX-record voor e-mailroutering.

Bovenaan op pagina

 
Verwante Help-onderwerpen
Laden…
Er zijn geen bronnen gevonden.