Verwijzing naar beschikbare PowerShell Cmdlets in Exchange Online

 

Van toepassing op: Office 365 for professionals and small businesses, Office 365 for enterprises, Live@edu

Onderwerp laatst gewijzigd: 2012-10-31

Beheerders van cloudorganisaties kunnen Windows PowerShell met Windows Remote Management (WinRM) gebruiken in het Windows Management Framework voor het beheren van geadresseerden en domeininstellingen, voor het genereren van rapporten en voor hulp bij het oplossen van problemen. Hier volgt een korte beschrijving van de cmdlets die beschikbaar zijn voor deze beheerders. U kunt meer hulp krijgen over het gebruik van afzonderlijke cmdlets op de opdrachtregel zoals verderop in dit onderwerp wordt beschreven.

Opmerking   Niet alle cmdlets of functies zijn beschikbaar in alle organisaties.

Voordat u begint

Zie Windows PowerShell gebruiken in Exchange Online voor informatie over het installeren en configureren van Windows PowerShell en het tot stand brengen van een verbinding met de service.

Geadresseerden beheren

Gebruik de volgende cmdlets voor het weergeven, maken, configureren en verwijderen van objecten van geadresseerden.

Als u een e-mailorganisatie van Microsoft Office 365 hebt gekozen, moet u de licenties toewijzen aan de nieuwe postvakken zodat deze niet worden uitgeschakeld nadat de respijtperiode is afgelopen. Voor meer informatie, zie Een licentie voor Microsoft Online Services aan nieuwe postvakken toewijzen.

Postvakken

Gebruik de volgende cmdlets voor het weergeven, maken, configureren en verwijderen van postvakken.

 

Cmdlet Beschrijving

Get-Mailbox

Hiermee geeft u informatie weer over postvakken in de cloud.

New-Mailbox

Hiermee maakt u in uw organisatie een nieuwe gebruiker die een postvak in de e-mailservice in de cloud heeft.

Remove-Mailbox

Hiermee verwijdert u een postvak.

Get-RemovedMailbox

Verwijderde postvakken weergeven die kunnen worden hersteld.

Set-Mailbox

Hiermee wijzigt u de instellingen van een bestaand postvak.

Undo-SoftDeletedMailbox

Deze cmdlet is enkel beschikbaar voor Microsoft Live@edu en Microsoft Office 365 voor educatieve organisaties. Gebruik de cmdlet Undo-SoftDeletedMailbox om een verwijderd postvak te herstellen. Postvakken kunnen worden hersteld binnen 30 dagen na verwijdering.

Cmdlets die momenteel beschikbaar zijn voor Exchange Online-beheerders

Distributiegroepen

Gebruik deze cmdlets voor het weergeven, maken, verwijderen en configureren van distributiegroepen, soms ook wel 'openbare groepen' genoemd, en beveiligde distributiegroepen. Een distributiegroep, ook wel een openbare groep genoemd, is een verzameling van twee of meer personen die in het gedeelde adresboek staan. Zie Distribution Groups voor meer informatie.

 

Cmdlet Beschrijving

Get-DistributionGroup

Hiermee geeft u informatie weer over opgegeven distributiegroepen, of haalt u een lijst op met de distributiegroepen die in uw gedeelde adresboek zijn opgeslagen. Distributiegroepen worden soms "openbare groepen" genoemd.

New-DistributionGroup

Een distributiegroep maken.

Remove-DistributionGroup

Een distributiegroep verwijderen.

Set-DistributionGroup

Hiermee wijzigt u de eigenschappen van een bestaande distributiegroep.

Add-DistributionGroupMember

Hiermee voegt u een geadresseerde toe aan een bestaande distributiegroep.

Get-DistributionGroupMember

Hiermee geeft u de leden van een bestaande distributiegroep weer.

Remove-DistributionGroupMember

Hiermee verwijdert u een geadresseerde uit het lidmaatschap van een distributiegroep.

Update-DistributionGroupMember

Hiermee overschrijft u het huidige lidmaatschap van een distributiegroep.

Get-Group

Hiermee geeft u alle distributiegroepen, beveiligingsgroepen en rollengroepen in uw organisatie weer.

Set-Group

Wijzig de eigenschappen van een groep die u niet op een andere manier kunt wijzigen, met het cmdlet Set-DistributionGroup.

Cmdlets die momenteel beschikbaar zijn voor Exchange Online-beheerders

Dynamische distributiegroepen

Gebruik deze cmdlets voor het weergeven, maken, verwijderen en configureren van dynamische distributiegroepen in uw organisatie. In tegenstelling tot de statische lidmaatschapslijsten van normale distributiegroepen, wordt het ledenbestand van een dynamische distributiegroep telkens opnieuw berekend wanneer een bericht naar de groep wordt verzonden. Deze berekening is gebaseerd op de filters en voorwaarden die u definieert wanneer u de groep maakt. Zie Dynamische distributiegroepen voor meer informatie.

 

Cmdlet Beschrijving

Get-DynamicDistributionGroup

Hiermee geeft u de instellingen voor een bestaande dynamische distributiegroep op.

New-DynamicDistributionGroup

Hiermee maakt u een dynamische distributiegroep.

Remove-DynamicDistributionGroup

Hiermee verwijdert u een dynamische distributiegroep.

Set-DynamicDistributionGroup

Hiermee wijzigt u de eigenschappen van een bestaande dynamische distributiegroep.

Cmdlets die momenteel beschikbaar zijn voor Exchange Online-beheerders

Externe contactpersonen

Gebruik de volgende cmdlets voor het weergeven, maken, configureren en verwijderen van externe contactpersonen. Externe contactpersonen zijn personen buiten uw organisatie die kunnen worden weergegeven in het adresboek van uw organisatie. Zie Externe contactpersonen in het adresboek voor meer informatie.

 

Cmdlet Beschrijving

Get-MailContact

Hiermee geeft u informatie weer over een opgegeven externe contactpersoon of -personen.

New-MailContact

Hiermee maakt u een gedeelde adresboeklijst voor een externe contactpersoon.

Remove-MailContact

Hiermee verwijdert u een contactpersoon uit het gedeelde adresboek.

Set-MailContact

Hiermee wijzigt u de instellingen van een bestaande externe contactpersoon.

Get-Contact

Hiermee geeft u informatie weer over opgegeven contactpersonen, of haalt u een lijst op met de contactpersonen die in uw gedeelde adresboek zijn opgeslagen.

Set-Contact

Hiermee wijzigt u de eigenschappen van een bestaande contactpersoon. Opmerking: als u e-mail naar een contactpersoon wilt kunnen verzenden, gebruikt u de cmdlets met *-MailContact.

Cmdlets die momenteel beschikbaar zijn voor Exchange Online-beheerders

E-mailgebruikers

Gebruik de volgende cmdlets voor het weergeven, maken, configureren en verwijderen van e-mailgebruikers. Een e-mailgebruiker heeft wel een account in uw organisatie, maar beschikt niet over een postvak. In plaats daarvan ontvangt de e-mailgebruiker e-mailberichten op een extern e-mailadres. Zie E-mailgebruikers maken voor meer informatie.

 

Cmdlet Beschrijving

Get-MailUser

Hiermee geeft u informatie weer over e-mailgebruikers in uw organisatie.

New-MailUser

Hiermee maakt u in uw organisatie een nieuwe e-mailgebruiker.

Remove-MailUser

Hiermee verwijdert u een bestaande e-mailgebruiker.

Set-MailUser

Hiermee wijzigt u de instellingen van een bestaande e-mailgebruiker.

Cmdlets die momenteel beschikbaar zijn voor Exchange Online-beheerders

Andere cmdlets voor geadresseerden

 

Cmdlet Beschrijving

Get-LinkedUser

Hiermee geeft u informatie weer over een gekoppelde gebruikersaccount. Gekoppelde gebruikersaccounts worden gebruikt voor de verificatie in scenario's voor hybride implementaties, en bij Exchange Recipient Management Web Services. Een gebruiker in uw organisatie kan worden gekoppeld aan een externe gebruiker of een certificaat.

Set-LinkedUser

Hiermee wijzigt u de eigenschappen van een gekoppelde gebruikersaccount.

Get-SecurityPrincipal

Hiermee geeft u de beveiligingsprincipals in uw organisatie weer. Beveiligingsprincipals zijn entiteiten, zoals gebruikers of beveiligingsgroepen, aan wie machtigingen en gebruikersrechten kunnen worden toegewezen.

Get-Recipient

Hiermee geeft u informatie weer over allerlei typen objecten die e-mail kunnen gebruiken in uw organisatie. Als resultaat worden postvakken, e-mailgebruikers, contactpersonen, distributiegroepen en dynamische distributiegroepen weergegeven.

Get-User

Hiermee geeft u informatie weer over postvakken en e-mailgebruikers in uw organisatie.

Set-User

Hiermee wijzigt u de eigenschappen van een bestaand postvak of bestaande e-mailgebruiker.

New-MailMessage

Hiermee maakt u een e-mailbericht en wordt het e-mailbericht in de map Concepten van het postvak van een gebruiker geplaatst.

Test-MAPIConnectivity

Hiermee controleert u of een opgegeven postvak verbinding kan maken met behulp van het MAPI-protocol, dat door Microsoft Office Outlook wordt gebruikt.

Cmdlets die momenteel beschikbaar zijn voor Exchange Online-beheerders

Inrichting

Gebruik deze cmdlets om een groot aantal nieuwe postvakken in te richten met behulp van een CSV-bestand. Zie Nieuwe gebruikers van Exchange Online importeren met een CSV-bestand voor meer informatie.

 

Cmdlet Beschrijving

Get-ProvisioningRequest

Hiermee geeft u statusinformatie weer over de huidige inrichtingsaanvraag. Een inrichtingsaanvraag maakt nieuwe postvakken in de cloud voor de gebruikers die zijn opgegeven in een CSV-bestand.

New-ProvisioningRequest

Hiermee wordt een nieuwe aanvraag voor bulksgewijze inrichting ingediend voor de groep gebruikers die is opgegeven in een CSV-bestand. Het CSV-bestand wordt gecontroleerd en zodra het is gevalideerd, wordt er een inrichtingsaanvraag gemaakt met een onderbroken status. U start het inrichtingsproces met behulp van het cmdlet Start-ProvisioningRequest.

Remove-ProvisioningRequest

Hiermee wordt de verwerking gestopt van een aanvraag voor bulksgewijze inrichting die ofwel in behandeling is, of al wordt uitgevoerd.

Start-ProvisioningRequest

Hiermee start u een inrichtingsaanvraag die in behandeling is en die is gemaakt met behulp van het cmdlet New-ProvisioningRequest.

Cmdlets die momenteel beschikbaar zijn voor Exchange Online-beheerders

Migratie

Gebruik de volgende cmdlets om e-mail te migreren van een lokaal berichtensysteem naar uw cloudorganisatie. Zie Overzicht e-mailmigratie voor meer informatie.

 

Cmdlet Beschrijving

Get-MigrationBatch

Hiermee geeft u informatie weer over de huidige batch voor e-mailmigratie.

New-MigrationBatch

Hiermee kunt u een nieuwe migratiebatch maken voor het migreren van postvakgegevens van een lokale IMAP-server of Microsoft Exchange-berichtensysteem naar postvakken in de cloud. Voor een IMAP-migratie moet u de cloudpostvakken maken voordat u de postvakgegevens migreert.

Remove-MigrationBatch

Hiermee verwijdert u een migratiebatch die niet wordt uitgevoerd of werd voltooid.

Set-MigrationBatch

Hiermee wijzigt u de eigenschappen van een bestaande migratiebatch.

Start-MigrationBatch

Hiermee kunt u het migratieproces starten voor een e-mailmigratiebatch die in behandeling is.

Stop-MigrationBatch

Hiermee kunt u de verwerking stoppen van een migratiebatch die wordt uitgevoerd.

Test-MigrationServerAvailability

Hiermee kunt u controleren of u kunt communiceren met de lokale e-mailserver waar de postvakgegevens zich bevinden die u wilt migreren naar cloudpostvakken.

Get-MigrationStatus

Hiermee geeft u informatie weer over de gehele batch voor e-mailmigratie die wordt verwerkt.

Get-MigrationUser

Bekijk statusgegevens over een postvak van een gebruiker of alle postvakken van een gebruiker in de migratiebatch die wordt uitgevoerd.

Get-MigrationUserStatistics

Bekijk statusgegevens over de migratie van een individueel en lokaal postvak naar de cloud.

Cmdlets die momenteel beschikbaar zijn voor Exchange Online-beheerders

Machtigingen

Gebruik de volgende cmdlets voor het weergeven, toewijzen en verwijderen van machtigingen die zijn gedelegeerd aan gebruikers in uw domein.

Beheerdersrollengroepen

Gebruik de volgende cmdlets voor het weergeven, maken, verwijderen en wijzigen van beheerdersrollengroepen. Een rollengroep is een universele beveiligingsgroep waaraan beheerrechten zijn toegewezen. Zie Beheerdersrollengroepen voor meer informatie.

 

Cmdlet Parameter

Get-RoleGroup

Hiermee geeft u informatie weer over opgegeven rollengroepen of haalt u een lijst op met de rollengroepen in uw organisatie.

New-RoleGroup

Hiermee kunt u een rollengroep maken.

Remove-RoleGroup

Hiermee verwijdert u een rollengroep.

Set-RoleGroup

Hiermee wijzigt u de eigenschappen van een bestaande rollengroep.

Add-RoleGroupMember

Hiermee voegt u een geadresseerde toe aan een bestaande rollengroep.

Get-RoleGroupMember

Hiermee geeft u de leden van een bestaande rollengroep weer.

Remove-RoleGroupMember

Hiermee verwijdert u een geadresseerde uit het lidmaatschap van een rollengroep.

Update-RoleGroupMember

Hiermee overschrijft u het huidige lidmaatschap van een rollengroep.

Cmdlets die momenteel beschikbaar zijn voor Exchange Online-beheerders

Roltoewijzingsbeleid

Gebruik de volgende cmdlets voor het weergeven, maken, wijzigen en verwijderen van roltoewijzingsbeleid. Een toewijzingsbeleid voor rollen is een verzameling van een of meer beheerrollen voor eindgebruikers waarmee gebruikers de instellingen van hun accounts en van distributiegroepen kunnen beheren. Zie Roltoewijzingsbeleid voor meer informatie.

Opmerking   In Live@edu-organisaties kunt u de eigenschappen van roltoewijzingsbeleid niet maken, verwijderen of wijzigen. U kunt echter wel de eindgebruikersrollen toevoegen of verwijderen die zijn toegewezen aan roltoewijzingsbeleid.

 

Cmdlet Beschrijving

Get-RoleAssignmentPolicy

Hiermee geeft u informatie weer over opgegeven roltoewijzingsbeleid of haalt u een lijst op met het roltoewijzingsbeleid in uw organisatie.

New-RoleAssignmentPolicy

Hiermee maakt u een nieuw beleid voor roltoewijzing maken.

Remove-RoleAssignmentPolicy

Hiermee verwijdert u een roltoewijzingsbeleid.

Set-RoleAssignmentPolicy

Hiermee wijzigt u de eigenschappen van een bestaand roltoewijzingsbeleid.

Cmdlets die momenteel beschikbaar zijn voor Exchange Online-beheerders

Op rollen gebaseerd toegangsbeheer

Gebruik de volgende cmdlets om de rollen te beheren die zijn gebaseerd op RBAC (toegangsbeheer op basis van rollen) in uw organisatie. U gebruikt RBAC om mogelijkheden toe te wijzen aan gebruikers. Alle machtigingen en mogelijkheden worden gedefinieerd door middel van beheerrollen. In een beheerrol, ook wel een RBAC-rol of gewoon rol genoemd, wordt gedefinieerd waartoe iemand toegang heeft en welke taken kunnen worden uitgevoerd. Zie Op rollen gebaseerd toegangsbeheer voor meer informatie.

 

Cmdlet Beschrijving

Get-ManagementRole

Hiermee geeft u de beheerdersrollen in uw organisatie weer.

New-ManagementRole

Hiermee maakt u een nieuwe beheerdersrol die is gebaseerd op een bestaande rol.

Remove-ManagementRole

Hiermee verwijdert u een beheerdersrol. U kunt alleen rollen verwijderen die u hebt gemaakt. U kunt geen ingebouwde rollen verwijderen.

Get-ManagementRoleAssignment

Hiermee geeft u de beheerdersrollen weer die momenteel aan een bepaalde gebruiker zijn toegewezen.

New-ManagementRoleAssignment

Hiermee wijst u een nieuwe beheerdersrol aan een gebruiker toe.

Remove-ManagementRoleAssignment

Hiermee verwijdert u een beheerdersrol van een gebruiker.

Set-ManagementRoleAssignment

Hiermee wijzigt u de instellingen van een beheerdersroltoewijzing, bijvoorbeeld het gekoppelde beheerbereik.

Add-ManagementRoleEntry

Hiermee voegt u toegang tot een bepaalde cmdlet en parameters aan een bestaande beheerdersrol toe.

Get-ManagementRoleEntry

Hiermee geeft u de cmdlets en parameters weer die voor een bestaande beheerdersrol beschikbaar zijn.

Remove-ManagementRoleEntry

Hiermee verwijdert u de toegang tot een cmdlet van een bestaande beheerdersrol.

Set-ManagementRoleEntry

Hiermee kunt u toegang tot een parameter toevoegen of verwijderen.

Get-ManagementScope

Hiermee geeft u de beheerbereiken weer die voor uw organisatie zijn gedefinieerd. Een beheerbereik bepaalt welke objecten voor een gebruiker die beschikbaar zijn. Het beheerbereik voor een doorsnee gebruiker is bijvoorbeeld beperkt tot zijn of haar account. Het beheerbereik voor een organisatiebeheerder omvat alle objecten in het domein.

New-ManagementScope

Hiermee definieert u een beheerbereik.

Remove-ManagementScope

Hiermee verwijdert u een beheerbereik. U kunt alleen beheerbereiken verwijderen die u hebt gedefinieerd.

Set-ManagementScope

Hiermee wijzigt u de definitie voor een bestaand beheerbereik.

Cmdlets die momenteel beschikbaar zijn voor Exchange Online-beheerders

Machtigingen voor postvakken

Gebruik de volgende cmdlets voor het weergeven, toewijzen en intrekken van machtigingen voor postvakken en mappen in postvakken.

 

Cmdlet Beschrijving

Add-MailboxPermission

Hiermee verleent u een gebruiker toegang tot het postvak van een andere gebruiker.

Get-MailboxPermission

Hiermee geeft u de machtigingen weer die zijn toegewezen aan het postvak van een gebruiker.

Remove-MailboxPermission

Hiermee verwijdert u de machtigingen van een gebruiker om toegang tot het postvak van een andere gebruiker te verwijderen.

Add-MailboxFolderPermission

Hiermee verleent u een gebruiker toegang tot een map in het postvak van een andere gebruiker. U kunt een gebruiker bijvoorbeeld toestemming geven om de agenda van een andere gebruiker te beheren. De doelmap wordt opgegeven in de volgende indeling: alias:\mapnaam.

Get-MailboxFolderPermission

Hiermee geeft u de machtigingen weer die zijn toegewezen aan een bepaalde map in het postvak van een gebruiker.

Set-MailboxFolderPermission

Hiermee wijzigt u de machtigingen die zijn toegewezen aan een bepaalde map in het postvak van een gebruiker.

Remove-MailboxFolderPermission

Hiermee verwijdert u de machtigingen van een gebruiker om toegang tot een bepaalde map in het postvak van een andere gebruiker te verwijderen.

Cmdlets die momenteel beschikbaar zijn voor Exchange Online-beheerders

Machtiging Verzenden als

Gebruik de volgende cmdlets voor het weergeven, toewijzen en intrekken van machtigingen voor Verzenden als. Met de machtiging Verzenden als, ook bekend als SendAs-machtiging, kan een gebruiker het e-mailadres van een andere gebruiker gebruiken als het adres Van. Zie Machtiging Verzenden als aan gebruikers geven voor meer informatie.

 

Cmdlet Beschrijving

Add-RecipientPermission

Hiermee verleent u de machtiging Verzenden als aan gebruikers.

Get-RecipientPermission

Hiermee geeft u de machtiging Verzenden als die aan gebruikers is verleend, weer.

Remove-RecipientPermission

Hiermee trekt u de machtiging Verzenden als in voor gebruikers.

Cmdlets die momenteel beschikbaar zijn voor Exchange Online-beheerders

Naleving

Gebruik de volgende cmdlets om uw organisatie te helpen voldoen aan vereisten van wet- en regelgeving of bedrijfsvereisten.

Zoekactie in meerdere postvakken

Gebruik de volgende cmdlets om in de postvakken van uw organisatie zoeken naar e-mail en andere berichtentypen die bepaalde sleutelwoorden bevatten. Deze cmdlets zijn alleen gedefinieerd in de rol Postvakzoekopdracht en moeten worden toegewezen aan detectiemanagers. U moet lid zijn van de rollengroep Detectiebeheer om de cmdlets voor het doorzoeken van postvakken te kunnen gebruiken. Meer informatie vindt u in Gebruikers toegang verlenen tot zoekopdrachten op meerdere postvakken.

 

Cmdlet Beschrijving

Get-MailboxSearch

Hiermee kunt u zoekopdrachten in meerdere postvakken weergeven die worden uitgevoerd, zijn voltooid of zijn gestopt.

New-MailboxSearch

Hiermee kunt u een nieuwe zoekopdracht in meerdere postvakken maken. U geeft de zoekparameters op met dit cmdlet, maar u voert de eigenlijke zoekopdracht uit met het cmdlet Start-MailboxSearch.

Remove-MailboxSearch

Hiermee verwijdert u een zoekopdracht in meerdere postvakken.

Search-Mailbox

Hiermee doorzoekt u een postvak en kopieert u de resultaten naar een opgegeven doelpostvak, verwijdert u berichten uit het bronpostvak, of doet u beide.

Opmerking   Dit cmdlet is ook beschikbaar in de rol Postvak importeren/exporteren. Standaard is de rol Postvak importeren/exporteren niet toegewezen aan rollengroepen.

Set-MailboxSearch

Hiermee wijzigt u de eigenschappen van een bestaande zoekopdracht in meerdere postvakken.

Start-MailboxSearch

Start of hervat een bestaande zoekopdracht in meerdere postvakken die u hebt gemaakt met behulp van het cmdlet New-MailboxSearch.

Stop-MailboxSearch

Hiermee stopt u een zoekopdracht in meerdere postvakken die al wordt uitgevoerd.

Cmdlets die momenteel beschikbaar zijn voor Exchange Online-beheerders

Transportregels

Gebruik de volgende cmdlets voor het weergeven, configureren, maken en verwijderen van transportregels. U kunt transportregels gebruiken om de stroom van e-mailberichten in uw organisatie te regelen. U definieert bepaalde berichtkenmerken of voorwaarden, en de acties die op berichten met die kenmerken moeten worden toegepast. Meer informatie vindt u in Regels voor de gehele organisatie.

 

Cmdlet Beschrijving

Disable-TransportRule

Hiermee schakelt u een transportregel uit.

Enable-TransportRule

Hiermee schakelt u een transportregel in.

Get-TransportRule

Hiermee geeft u informatie weer over opgegeven transportregels of haalt u een lijst op met de transportregels in uw organisatie.

New-TransportRule

Hiermee maakt u een nieuwe transportregel.

Remove-TransportRule

Hiermee verwijdert u een transportregel.

Set-TransportRule

Hiermee wijzigt u de eigenschappen van een transportregel.

Get-TransportRuleAction

Hiermee geeft u informatie weer over opgegeven acties voor transportregels of haalt u een lijst op met alle beschikbare acties voor transportregels in uw organisatie.

Get-TransportRulePredicate

Hiermee geeft u informatie weer over opgegeven predicaten voor transportregels of haalt u een lijst op met alle beschikbare predicaten voor transportregels in uw organisatie. U kunt predicaten voor transportregels gebruiken als voorwaarden of uitzonderingen in transportregels.

Cmdlets die momenteel beschikbaar zijn voor Exchange Online-beheerders

Supervisiebeleid

Gebruik de volgende cmdlets voor het weergeven en configureren van supervisiebeleid in Live@edu-organisaties. Met behulp van supervisiebeleid kan worden ingesteld wie e-mailberichten kan verzenden naar de gebruikers in uw organisatie en wie berichten van deze gebruikers kan ontvangen. Verder kunnen e-mailberichten met ongepast taalgebruik worden gefilterd en geweigerd. Zie Supervisiebeleid voor meer informatie.

Opmerking   Supervisiebeleid is niet beschikbaar in Microsoft Office 365.

 

Cmdlet Beschrijving

Add-SupervisionListEntry

Hiermee voegt u een vermelding toe aan de lijst Toestaan of de lijst Afwijzen van een opgegeven gebruiker.

Get-SupervisionListEntry

Hiermee geeft u de vermeldingen voor Toestaan en Afwijzen weer die voor een opgegeven gebruiker zijn gedefinieerd.

Remove-SupervisionListEntry

Hiermee verwijdert u een vermelding van de lijst Toestaan of de lijst Afwijzen van een opgegeven gebruiker.

Get-SupervisionPolicy

Hiermee geeft u de instellingen van het supervisiebeleid voor uw organisatie weer.

Set-SupervisionPolicy

Hiermee configureert u de instellingen van een supervisiebeleid.

Cmdlets die momenteel beschikbaar zijn voor Exchange Online-beheerders

Information Rights Management

Gebruik de volgende cmdlets voor het weergeven en configureren van IRM-functies (Information Rights Management) in uw organisatie. IRM biedt blijvende bescherming zodat u kunt bepalen wie gevoelige informatie in e-mailberichten kunnen bekijken, doorsturen, afdrukken of kopiëren. Zie Information Rights Management in Exchange Online instellen en beheren voor meer informatie.

 

Cmdlet Beschrijving

Get-IRMConfiguration

Hiermee geeft u de configuratie van IRM in uw organisatie weer.

Set-IRMConfiguration

Hiermee wijzigt u de eigenschappen van de IRM-configuratie in uw organisatie.

Test-IRMConfiguration

Hiermee test u de functionaliteit van de IRM-configuratie in uw organisatie.

Get-RMSTemplate

Hiermee geeft u informatie weer over opgegeven rechtenbeleidsjablonen van Microsoft Active Directory Rights Management Services (AD RMS) of haalt u een lijst op met de rechtenbeleidsjablonen van AD RMS in uw organisatie.

Set-RMSTemplate

Hiermee wijzigt u de eigenschappen van een bestaande rechtenbeleidsjabloon van AD RMS.

Get-RMSTrustedPublishingDomain

Hiermee geeft u de instellingen van een bestaand vertrouwd publicatiedomein (Trusted Publishing Domain, TPD) in uw organisatie weer. Een vertrouwd publicatiedomein bevat de instellingen die nodig zijn om RMS-functies in uw organisatie te gebruiken. Gebruikers kunnen bijvoorbeeld rechtenbeleidsjablonen van AD RMS op e-mailberichten toepassen.

Import-RMSTrustedPublishingDomain

Hiermee importeert u een vertrouwd publicatiedomein van een lokale AD RMS-server naar uw organisatie.

Remove-RMSTrustedPublishingDomain

Hiermee verwijdert u een bestaand vertrouwd publicatiedomein dat u hebt geïmporteerd naar uw organisatie.

Set-RMSTrustedPublishingDomain

Hiermee wijzigt u de eigenschappen van een bestaand vertrouwd publicatiedomein in uw organisatie.

Cmdlets die momenteel beschikbaar zijn voor Exchange Online-beheerders

Outlook-beveiligingsregels

Gebruik de volgende cmdlets voor het weergeven en configureren van Outlook-beveiligingsregels. Outlook-beveiligingsregels zijn door een beheerder opgestelde regels die worden toegepast voordat een gebruiker een bericht verzendt met Outlook. Outlook-beveiligingsregels passen automatisch een AD RMS-beleidsjabloon (Microsoft Active Directory Rights Management Services) toe op het bericht voordat dit wordt verzonden.

 

Cmdlet Beschrijving

Disable-OutlookProtectionRule

Hiermee wordt een Outlook-beveiligingsregel uitgeschakeld.

Enable-OutlookProtectionRule

Hiermee wordt een Outlook-beveiligingsregel ingeschakeld.

Get-OutlookProtectionRule

Hiermee geeft u informatie weer over opgegeven Outlook-beveiligingsregels of haalt u een lijst op met de Outlook-beveiligingsregels in uw organisatie.

New-OutlookProtectionRule

Hiermee maakt u een Outlook-beveiligingsregel.

Remove-OutlookProtectionRule

Hiermee verwijdert u een Outlook-beveiligingsregel.

Set-OutlookProtectionRule

Hiermee wijzigt u de eigenschappen van een Outlook-beveiligingsregel.

Cmdlets die momenteel beschikbaar zijn voor Exchange Online-beheerders

Bewaarbeleidsregels

Gebruik de volgende cmdlets voor het weergeven, maken, verwijderen en configureren van bewaarbeleidsregels in uw organisatie. Een bewaarbeleidsregel is gekoppeld aan een groep bewaarbeleidcodes die bewaarinstellingen aangeven voor items in een postvak. Een beleidsregel kan één standaardbewaarbeleidcode bevatten en meerdere niet-standaardbewaarbeleidcodes. Op een postvak kan slechts één bewaarbeleidsregel worden toegepast. Zie Bewaarbeleidsregels in Exchange Online instellen en beheren voor meer informatie.

 

Cmdlet Beschrijving

Get-RetentionPolicy

Hiermee geeft u informatie weer over opgegeven bewaarbeleidsregels of haalt u een lijst op met de bewaarbeleidsregels in uw organisatie.

New-RetentionPolicy

Hiermee maakt u een nieuwe bewaarbeleidsregel.

Remove-RetentionPolicy

Hiermee verwijdert u een bewaarbeleidsregel.

Set-RetentionPolicy

Hiermee wijzigt u de eigenschappen van een bestaande bewaarbeleidsregel.

Get-RetentionPolicyTag

Hiermee geeft u informatie weer over opgegeven bewaarbeleidcodes of haalt u een lijst op met de bewaarbeleidcodes in uw organisatie. Bewaarbeleidcodes worden gebruikt om bewaarinstellingen op e-mailberichten of mappen toe te passen.

New-RetentionPolicyTag

Hiermee maakt u een bewaarbeleidcode.

Remove-RetentionPolicyTag

Hiermee verwijdert u een bewaarbeleidcode.

Set-RetentionPolicyTag

Hiermee wijzigt u de eigenschappen van een bewaarbeleidcode.

Start-ManagedFolderAssistant

Hiermee kunt u het bewaarbeleid dat voor een opgegeven postvak is geconfigureerd, onmiddellijk toepassen.

Cmdlets die momenteel beschikbaar zijn voor Exchange Online-beheerders

Berichtclassificatie

Gebruik de volgende cmdlets voor het weergeven, maken, verwijderen en configureren van berichtclassificaties in uw organisatie. Nadat u berichtclassificaties hebt gemaakt, kunnen gebruikers deze op berichten toepassen via Outlook Web App of kunt u dat doen met behulp van transportregels. U kunt classificaties ook gebruiken als voorwaarden of uitzonderingen in transportregels.

 

Cmdlet Beschrijving

Get-MessageClassification

Hiermee geeft u informatie weer over opgegeven berichtclassificaties, of haalt u een lijst op met de berichtclassificaties in uw organisatie.

New-MessageClassification

Hiermee maakt u een berichtclassificatie.

Remove-MessageClassification

Hiermee verwijdert u een berichtclassificatie.

Set-MessageClassification

Hiermee wijzigt u de eigenschappen van een berichtclassificatie.

Cmdlets die momenteel beschikbaar zijn voor Exchange Online-beheerders

Archivering en journaalgebruik

Gebruik de volgende cmdlets voor het weergeven en configureren van instellingen voor archivering en journaalgebruik voor uw organisatie. Lees de volgende onderwerpen voor meer informatie:

Opmerking   Archiveren is niet beschikbaar in Live@edu-organisaties.

 

Cmdlets Beschrijving

Disable-Mailbox

Hiermee schakelt u het archief uit voor een bestaand postvak met behulp van de parameter Archive.

Enable-Mailbox

Hiermee schakelt u het archief in voor een bestaand postvak met behulp van de parameter Archive.

Disable-JournalRule

Hiermee schakelt u een journaalregel uit. Met journaalregels kunt u de e-mailberichten vastleggen die aan of door bepaalde geadresseerden/afzenders worden verzonden. Wanneer een bericht voldoet aan de criteria die door de journaalregel worden gedefinieerd, wordt het bericht in het journaal vastgelegd.

Enable-JournalRule

Hiermee schakelt u een journaalregel in.

Get-JournalRule

Hiermee geeft u informatie weer over opgegeven journaalregels of haalt u een lijst op met de journaalregels in uw organisatie.

New-JournalRule

Hiermee maakt u een journaalregel.

Remove-JournalRule

Hiermee verwijdert u een journaalregel.

Set-JournalRule

Hiermee wijzigt u de eigenschappen van een journaalregel.

Cmdlets die momenteel beschikbaar zijn voor Exchange Online-beheerders

Rapportage

Gebruik de volgende cmdlets voor het weergeven van rapporten en statistieken voor uw organisatie.

Controlegebeurtenissen vastleggen

Gebruik de volgende cmdlets voor het configureren van het vastleggen van controlegebeurtenissen en het weergeven van de auditlogboeken. Met Controlegebeurtenissen vastleggen worden bepaalde acties van bepaalde gebruikers vastgelegd. Zie Controlegebeurtenissen vastleggen voor gebruikersacties voor meer informatie.

 

Cmdlet Beschrijving

Search-AdminAuditLog

Hiermee doorzoekt u de inhoud van het auditlogboek van de beheerder.

Write-AdminAuditLog

Hiermee voegt u opmerkingen toe aan het auditlogboek van de beheerder.

Get-AdminAuditLogConfig

Hiermee geeft u configuratie-instellingen weer voor de logboekregistratie van de huidige beheerderscontrole.

New-AdminAuditLogSearch

Hiermee doorzoekt u de inhoud van het auditlogboek van de beheerder en stuurt u het resultaat naar de opgegeven geadresseerden.

Get-MailboxAuditBypassAssociation

Hiermee geeft u de accounts waarvoor geen controlegebeurtenissen voor postvakken worden vastgelegd.

Set-MailboxAuditBypassAssociation

Hiermee geeft u accounts op waarvoor geen controlegebeurtenissen voor postvakken hoeven te worden vastgelegd. U kunt bijvoorbeeld serviceaccounts opgeven die vaak toegang krijgen tot postvakken om irrelevante inhoud in de auditlogboeken te verminderen.

Search-MailboxAuditLog

Hiermee doorzoekt u de inhoud van het auditlogboek van het postvak.

New-MailboxAuditLogSearch

Hiermee doorzoekt u de inhoud van het auditlogboek van het postvak en stuurt u het resultaat naar de opgegeven geadresseerden.

Cmdlets die momenteel beschikbaar zijn voor Exchange Online-beheerders

Berichtentracering

Gebruik de volgende cmdlets om bezorgingsinformatie bij te houden over berichten die zijn verzonden door of ontvangen van een bepaald postvak in uw organisatie. Zie Bezorgingsrapporten voor beheerders voor meer informatie.

 

Cmdlet Beschrijving

Get-MessageTrackingReport

Hiermee worden de gegevens geretourneerd voor een bepaald berichttraceringsrapport. In dit cmdlet moet u de id voor het berichttraceringsrapport opgeven dat u wilt weergeven. Daarom moet u eerst het cmdlet Search-MessageTrackingReport gebruiken om de id van het berichttraceringsrapport voor een bepaald bericht op te zoeken. Vervolgens geeft u de id van het berichttraceringsrapport uit de uitvoer van het cmdlet Search-MessageTrackingReport door aan het cmdlet Get-MessageTrackingReport.

Search-MessageTrackingReport

Hiermee kunt u het unieke berichttraceringsrapport vinden op basis van de opgegeven zoekcriteria. Vervolgens geeft u deze id van het berichttraceringsrapport door aan het cmdlet Get-MessageTrackingReport om de volledige berichttraceringsinformatie te verkrijgen.

Cmdlets die momenteel beschikbaar zijn voor Exchange Online-beheerders

Andere cmdlets voor rapportage

 

Cmdlet Beschrijving

Get-FailedContentIndexDocuments

Hiermee geeft u de lijst documenten in een postvak weer die niet konden worden geïndexeerd door Exchange Search.

Get-LogonStatistics

Hiermee geeft u informatie weer over geopende aanmeldingssessies bij een opgegeven postvak, bijvoorbeeld de gebruikersnaam, het tijdstip van de aanmelding en wanneer het voor het laatst is geopend. Een gebruiker moet zich afmelden om een aanmeldingssessie te kunnen sluiten; daarom kunnen meerdere sessies verschijnen voor gebruikers die alleen de browser sluiten.

Get-MailboxFolderStatistics

Hiermee geeft u informatie weer over de mappen in een opgegeven postvak, waaronder het aantal en de grootte van items in de map, de mapnaam en -id en andere informatie.

Get-MailboxStatistics

Hiermee geeft u informatie weer over een opgegeven postvak, bijvoorbeeld de grootte van het postvak, het aantal berichten erin en wanneer het voor het laatst is geopend.

Get-RecipientStatisticsReport

Hiermee geeft u informatie weer over het totale aantal geadresseerden in uw organisatie, waaronder het aantal postvakken, actieve postvakken, contactpersonen en distributiegroepen.

Cmdlets die momenteel beschikbaar zijn voor Exchange Online-beheerders

Domeinen

Gebruik de volgende cmdlets voor het weergeven en configureren van instellingen van interne en externe domeinen die zijn gedefinieerd in uw organisatie.

Geaccepteerde domeinen

Gebruik de volgende cmdlets voor het weergeven en configureren van geaccepteerde domeinen. Een geaccepteerd domein is een SMTP-naamruimte (Simple Mail Transfer Protocol) waarvoor e-mail wordt verzonden of ontvangen via een cloudorganisatie voor e-mail. Zie Geaccepteerde domeinen voor meer informatie.

 

Cmdlet Beschrijving

Get-AcceptedDomain

Hiermee geeft u de configuratie-informatie weer voor alle geaccepteerde domeinen of voor een bepaald geaccepteerd domein.

Set-AcceptedDomain

Hiermee configureert u de instellingen voor een geaccepteerd domein dat u hebt ingeschreven bij de cloudservice voor e-mail.

Cmdlets die momenteel beschikbaar zijn voor Exchange Online-beheerders

Externe domeinen

Gebruik de volgende cmdlets voor het weergeven, maken, configureren en verwijderen van externe domeinen. In externe domeinen worden instellingen voor de e-mailstroom bepaald op basis van het doeldomein van elk e-mailbericht. Zie Externe domeinen voor meer informatie.

 

Cmdlet Beschrijving

Get-RemoteDomain

Hiermee geeft u de configuratie-informatie weer voor alle externe domeinen of voor een bepaald extern domein.

New-RemoteDomain

Hiermee maakt u een nieuwe externe domeinvermelding waardoor u de berichtindeling en het verzendingsbeleid voor berichten die naar dit domein worden verzonden, kunt configureren.

Remove-RemoteDomain

Hiermee verwijdert u een vermelding van een extern domein.

Set-RemoteDomain

Hiermee configureert u de berichtindeling en de beleidsinstellingen voor een bestaande vermelding van een extern domein.

Cmdlets die momenteel beschikbaar zijn voor Exchange Online-beheerders

Postvakinstellingen

Gebruik de volgende cmdlets voor het configureren en bepalen van de toegang van gebruikers tot de cloudservice voor e-mail.

 

Cmdlet Beschrijving

Get-CASMailbox

Hiermee geeft u de protocollen weer die zijn ingeschakeld voor clientverbindingen voor een of meer postvakken in uw organisatie.

Set-CASMailbox

Hiermee configureert u de protocollen voor clienttoegang die zijn ingeschakeld voor een opgegeven postvak.

Get-CASMailboxPlan

Hiermee geeft u de standaardinstellingen voor clienttoegang weer die worden toegepast op nieuwe postvakken in uw organisatie.

Get-OWAMailboxPolicy

Hiermee geeft u beleidsregels die kunnen worden toegepast op postvakken die worden verbonden met Outlook Web App en de instellingen voor deze beleidsregels weer.

Get-MailboxPlan

Hiermee geeft u informatie weer over de postvakplannen en instellingen die in de organisatie beschikbaar zijn. Een postvakplan is een sjabloon voor gebruikersconfiguratie.

Set-MailboxPlan

Hiermee wijzigt u de weergavenaam van een postvakplan, of stelt u een alternatief postvakplan in als standaard.

New-OWAMailboxPolicy

Hiermee maakt u een nieuw beleid dat kan worden toegepast op postvakken in uw organisatie om de instellingen van verbindingen in Outlook Web App af te dwingen.

Remove-OWAMailboxPolicy

Hiermee verwijdert u een bestaand beleid waarmee de instellingen van de verbindingen in Outlook Web App worden afgedwongen.

Set-OwaMailboxPolicy

Hiermee configureert u de instellingen van een bestaand beleid dat wordt toegepast op postvakken in uw organisatie om de instellingen van de verbindingen in Outlook Web App af te dwingen.

Cmdlets die momenteel beschikbaar zijn voor Exchange Online-beheerders

Organisatie-instellingen

Gebruik de volgende cmdlets voor het weergeven en configureren van instellingen die gelden voor de gehele organisatie.

 

Cmdlet Beschrijving

Get-OrganizationConfig

Hiermee geeft u informatie weer over verschillende instellingen in uw organisatie.

Set-OrganizationConfig

Hiermee configureert u verschillende instellingen in uw organisatie.

Get-TransportConfig

Hiermee geeft u transportconfiguratie-instellingen weer zoals de taal waarin DSN (Delivery Status Notifications) worden verzonden.

Set-TransportConfig

Hiermee wijzigt u transportconfiguratie-instellingen zoals de DSN-taal.

Cmdlets die momenteel beschikbaar zijn voor Exchange Online-beheerders

Toepassingsimitatie

Deze cmdlet is toegewezen aan de RBAC-functie ApplicationImpersonation en gebruikt Microsoft Exchange Web Services (EWS) om toegang op programmeerniveau toe te laten naar Exchange Online-postvakken. Voor meer informatie, zie dit MSDN-onderwerp.

 

Cmdlet Beschrijving

Impersonate-ExchangeUser

Geeft een aangewezen service-account toegang op programmeerniveau tot postbussen van gebruikers.

Cmdlets die momenteel beschikbaar zijn voor Exchange Online-beheerders

Federatieve taakoverdracht en hybride implementatie

Gebruik de volgende cmdlets voor het weergeven en configureren van functies voor federatieve taakoverdracht en hybride implementaties voor uw organisatie.

Federatieve taakoverdracht

Gebruik de volgende cmdlets voor het weergeven en configureren van instellingen voor federatieve taakoverdracht voor uw domein. Bij federatieve taakoverdracht, ook wel federatief delen genoemd, wordt gebruikgemaakt van Microsoft Federation Gateway (een cloud-identiteitsservice van Microsoft), die als vertrouwensbroker tussen de lokale Microsoft Exchange Server 2010-organisatie en uw e-mailorganisatie in de cloud fungeert. Zie Federatieve taakoverdracht in de cloud configureren voor meer informatie.

 

Cmdlet Beschrijving

Get-FederatedOrganizationIdentifier

Hiermee geeft u de federatieve organisatie-id voor uw organisatie en verwante gegevens weer, zoals federatieve domeinen, organisatiecontactpersonen en status.

Set-FederatedOrganizationIdentifier

Hiermee configureert u de federatieve organisatie-id voor uw organisatie.

Get-FederationInformation

Hiermee kunt u federatieve informatie weergeven, waaronder federatieve domeinnamen en doel-URL's, van een externe Exchange-organisatie.

Get-FederationTrust

Hiermee geeft u de federatievertrouwensrelaties weer die voor uw organisatie zijn geconfigureerd.

Get-OrganizationRelationship

Hiermee kunt u instellingen weergeven voor een federatieve taakoverdrachtrelatie voor delen met beschikbaarheidsinfo of beveiligde berichtbezorging tussen organisaties.

New-OrganizationRelationship

Hiermee maakt u een federatieve taakoverdrachtrelatie tussen organisaties.

Remove-OrganizationRelationship

Hiermee verwijdert u een federatieve taakoverdrachtrelatie tussen organisaties.

Set-OrganizationRelationship

Hiermee configureert u een federatieve taakoverdrachtrelatie tussen organisaties.

Test-OrganizationRelationship

Hiermee verifieert u dat de federatieve taakoverdrachtrelatie tussen organisaties juist is geconfigureerd en naar behoren functioneert.

Cmdlets die momenteel beschikbaar zijn voor Exchange Online-beheerders

Beleid voor delen

Gebruik de volgende cmdlets voor het weergeven en configureren van deelbeleid. Met deelbeleid bepaalt u hoe gebruikers in uw organisatie agenda- en contactgegevens kunnen delen met gebruikers buiten de organisatie.

 

Cmdlet Beschrijving

Get-SharingPolicy

Hiermee geeft u informatie weer over het opgegeven deelbeleid of haalt u een lijst op met de deelbeleidsregels in uw organisatie.

New-SharingPolicy

Hiermee maakt u een nieuwe beleidsregel voor delen.

Remove-SharingPolicy

Hiermee verwijdert u een beleidsregel voor delen. Voordat u een beleidsregel voor delen kunt verwijderen, moet u verifiëren dat er geen postvakken zijn waarop de beleidsregel wordt toegepast.

Set-SharingPolicy

Hiermee wijzigt u de instellingen van een bestaande beleidsregel voor delen.

Cmdlets die momenteel beschikbaar zijn voor Exchange Online-beheerders

Gegevens over de beschikbaarheid

Gebruik deze cmdlets om de beschikbaarheidsinfo te bekijken en te configureren die uw organisatie deelt met andere organisaties.

 

Cmdlet Beschrijving

Add-AvailabilityAddressSpace

Definieer de toegangsmethode en gekoppelde referenties die worden gebruikt om beschikbaarheidsinfo uit te wisselen tussen organisaties.

Get-AvailabilityAddressSpace

Bekijk details over hoe uw Exchange-organisatie is geconfigureerd met betrekking tot de uitwisseling van beschikbaarheidsinfo tussen organisaties.

Remove-AvailabilityAddressSpace

Verwijder een eerder gedefinieerde beschikbaarheidsadresruimte en de gekoppelde referenties die worden gebruikt in aanvragen voor beschikbaarheidsinfo tussen organisaties.

Get-AvailabilityConfig

Bekijk de accounts die worden vertrouwd bij de uitwisseling van beschikbaarheidsinfo tussen organisaties.

New-AvailabilityConfig

Maak een uitwisseling van beschikbaarheidsinfo tussen organisaties.

Remove-AvailabilityConfig

Verwijder een eerder geconfigureerde uitwisseling van beschikbaarheidsinfo tussen organisaties.

Set-AvailabilityConfig

Configureer het toegangsniveau voor beschikbaarheidsinfo.

Cmdlets die momenteel beschikbaar zijn voor Exchange Online-beheerders

Postvakken verplaatsen

Gebruik de volgende cmdlets om postvakken te verplaatsen van uw cloudorganisatie naar uw lokale Exchange-organisatie en omgekeerd. Het verplaatsen van postvakken tussen de cloud en een lokale organisatie vereist hybride implementatie. Zie Exchange hybride implementatie en migratie met Office 365 voor meer informatie.

 

Cmdlets Beschrijving

Get-MoveRequest

Hiermee kunt u de status weergeven van de huidige verplaatsing van een postvak die werd gestart met het cmdlet New-MoveRequest.

New-MoveRequest

Hiermee start u een nieuwe verplaatsing van een postvak.

Remove-MoveRequest

Hiermee kunt u de verplaatsing van een postvak annuleren die is gestart met het cmdlet New-MoveRequest.

Resume-MoveRequest

Hiermee kunt u een opgeschorte of mislukte aanvraag voor een verplaatsing hervatten.

Set-MoveRequest

Hiermee wijzigt u de eigenschappen van een bestaande aanvraag voor verplaatsing.

Suspend-MoveRequest

Hiermee kunt u een aanvraag voor verplaatsing opschorten voordat de status CompletionInProgress wordt bereikt.

Get-MoveRequestStatistics

Hiermee kunt u uitgebreide informatie weergeven over aanvragen voor verplaatsing.

Cmdlets die momenteel beschikbaar zijn voor Exchange Online-beheerders

Opties voor postvakken

Gebruik de volgende cmdlets om de postvakinstellingen van gebruikers die beschikbaar zijn in Outlook Web App > Opties weer te geven en te configureren. Zie De pagina Opties van een andere gebruiker openen als u de pagina Opties van een gebruiker wilt openen.

 

Cmdlet Beschrijving

Get-CalendarNotification

Hiermee kunt u de regels voor agendameldingen in het postvak van een gebruiker weergeven. Gebruikers kunnen sms-berichten ontvangen over wijzigingen aan gebeurtenissen en afspraken in hun agenda.

Get-CalendarProcessing

Hiermee kunt u de instellingen weergeven voor agendaverwerking in het opgegeven postvak. Vaak voorkomende waarden zijn AutoUpdate voor postvakken van gebruikers en AutoAccept voor ruimte- of apparatuurpostvakken.

Set-CalendarProcessing

Hiermee kunt u de instellingen voor het verwerken van de agenda wijzigen voor het opgegeven postvak. U configureert ook alle resource-instellingen voor een ruimte- of apparatuurpostvak.

Disable-InboxRule

Hiermee schakelt u een regel in het Postvak IN uit in het postvak van een gebruiker. Met regels in het Postvak IN worden inkomende berichten verwerkt op basis van opgegeven voorwaarden en worden acties uitgevoerd zoals het verplaatsen van een bericht naar een bepaalde map of het verwijderen van het bericht.

Opmerking   Wanneer u een regel voor het Postvak IN maakt, wijzigt, inschakelt of uitschakelt, worden regels aan de clientzijde die door Microsoft Outlook zijn gemaakt, verwijderd.

Enable-InboxRule

Hiermee wordt een regel voor het Postvak IN ingeschakeld in het postvak van een gebruiker.

Get-InboxRule

Hiermee geeft u informatie weer over opgegeven regels voor het Postvak IN of haalt u een lijst op met deze regels in het postvak van een gebruiker.

New-InboxRule

Hiermee maakt u een regel voor het Postvak IN in het postvak van een gebruiker.

Remove-InboxRule

Hiermee verwijdert u een regel voor het Postvak IN in het postvak van een gebruiker.

Set-InboxRule

Hiermee wijzigt u de eigenschappen van een regel voor het Postvak IN van een gebruiker.

Get-MailboxAutoReplyConfiguration

Hiermee geeft u de instellingen voor Automatische antwoorden weer voor het postvak van een gebruiker.

Set-MailboxAutoReplyConfiguration

Hiermee configureert u de instellingen voor Automatische antwoorden voor het postvak van een gebruiker.

Get-MailboxCalendarConfiguration

Hiermee geeft u de instellingen van de agenda weer voor het postvak van een gebruiker.

Set-MailboxCalendarConfiguration

Hiermee configureert u de agenda-instellingen van een gebruiker. Deze instellingen bepalen het uiterlijk van de agenda van de gebruiker en de werking van de herinneringen in Outlook Web App. Deze instellingen bepalen ook hoe vergaderverzoeken, antwoorden en meldingen naar de gebruiker worden verzonden.

Get-MailboxCalendarFolder

Hiermee geeft u informatie weer voor de agendamap van de gebruiker. Deze informatie omvat de naam van de agendamap, of de map momenteel is gepubliceerd of gedeeld, de begin- en einddatums van gepubliceerde agendadagen, het gegevensniveau dat voor de agenda wordt gepubliceerd, of de gepubliceerde URL van de agenda op het web kan worden doorzocht en de gepubliceerde URL voor de agenda.

Set-MailboxCalendarFolder

Hiermee configureert u instellingen voor publicatie of delen voor een agendamap in het postvak van een gebruiker.

Get-MailboxJunkEmailConfiguration

Hiermee kunt u de configuratie van regels voor ongewenste e-mail in het postvak van een gebruiker weergeven.

Set-MailboxJunkEmailConfiguration

Hiermee configureert u de regels voor ongewenste e-mail in het postvak van een gebruiker.

Get-MailboxMessageConfiguration

Hiermee geeft u de instellingen voor e-mailberichten weer voor het postvak van een gebruiker. Instellingen omvatten de handtekening onder een e-mail, berichtindeling, berichtopties, leesbevestigingen, leesvenster en discussies.

Set-MailboxMessageConfiguration

Hiermee configureert u instellingen voor e-mailberichten voor het postvak van een gebruiker.

Get-MailboxRegionalConfiguration

Hiermee geeft u de regionale instellingen van het postvak van een gebruiker weer. Instellingen omvatten de tijdzone, tijdsindeling, datum en taal.

Set-MailboxRegionalConfiguration

Hiermee configureert u de regionale instellingen voor het postvak van een gebruiker.

Get-MailboxSpellingConfiguration

Hiermee geeft u de instellingen voor spellingcontrole door Outlook Web App van het postvak van een gebruiker weer. Instellingen omvatten de taal van de woordenlijst en of woorden met cijfers of woorden met alleen hoofdletters moeten worden genegeerd.

Set-MailboxSpellingConfiguration

Hiermee configureert u de instellingen voor spellingcontrole door Outlook Web App van het postvak van een gebruiker.

Get-MessageCategory

Hiermee geeft u informatie weer over opgegeven berichtcategorieën of haalt u een lijst op met de berichtcategorieën in het postvak van een gebruiker.

Get-SendAddress

Hier kunt u de e-mailadressen in het postvak van een gebruiker weergeven die kunnen worden geconfigureerd als het standaard Van-adres. Een standaard Van-adres configureren is alleen zinvol als de gebruiker een POP-, IMAP- of Hotmail-abonnement heeft geconfigureerd in zijn of haar postvak. U kunt het standaard Van-adres voor een gebruiker instellen in de parameter SendAddressDefault in het cmdlet Set-MailboxMessageConfiguration. Gebruikers kunnen het standaard Van-adres negeren wanneer zij een e-mailbericht maken in Outlook Web App.

Get-TextMessagingAccount

Hiermee kunt u de sms-instellingen weergeven van een gebruiker. Deze instellingen omvatten het al dan niet ingeschakeld zijn van Microsoft Exchange ActiveSync, de id van het land of de regio van de gebruiker, de id van de provider van de mobiele diensten, de id van de serviceprovider en het telefoonnummer voor meldingen.

Import-ContactList

Hiermee kunt u de contactgegevens van een gebruiker naar een cloudpostvak importeren met behulp van een CSV-bestand.

Get-HotmailSubscription

Hiermee geeft u de instellingen weer van een Hotmail-abonnement dat is geconfigureerd voor een opgegeven postvak.

Set-HotmailSubscription

Hiermee wijzigt u de instellingen van een Hotmail-abonnement dat is geconfigureerd voor een opgegeven postvak.

Get-ImapSubscription

Hiermee geeft u informatie weer over het IMAP-abonnement of de verbonden account voor een opgegeven postvak. Gebruik deze opdracht voor het oplossen van problemen met IMAP-verbindingen voor gebruikers.

Set-ImapSubscription

Hiermee configureert u de instellingen van een IMAP-abonnement voor een postvak.

Get-PopSubscription

Hiermee geeft u de POP-abonnementsgegevens weer voor een opgegeven postvak. Gebruik deze opdracht voor het oplossen van problemen met POP-verbindingen voor gebruikers.

Set-PopSubscription

Hiermee configureert u de instellingen van een POP-abonnement voor een postvak.

Get-Subscription

Hiermee geeft u abonnementen voor externe e-mailaccounts weer voor een opgegeven postvak. Gebruik deze opdracht als u niet zeker weet welk type abonnement een gebruiker heeft geconfigureerd.

Remove-Subscription

Hiermee verwijdert u een abonnement op een externe e-mailaccount van het postvak van een gebruiker.

Cmdlets die momenteel beschikbaar zijn voor Exchange Online-beheerders

Exchange ActiveSync

Gebruik de volgende cmdlets voor het weergeven en configureren van de Exchange ActiveSync-instellingen in uw organisatie. Zie Exchange ActiveSync voor uw organisatie beheren voor meer informatie.

 

Cmdlet Beschrijving

Clear-ActiveSyncDevice

Hiermee wist u de inhoud van een mobiel apparaat dat gebruikmaakt van Exchange ActiveSync om verbinding te maken met een postvak in uw organisatie. Deze opdracht wordt meestal gebruikt als een apparaat verloren raakt of wordt gestolen.

Get-ActiveSyncDevice

Hiermee geeft u een lijst weer van mobiele apparaten die gebruikmaken van Exchange ActiveSync om verbinding te maken met postvakken in uw organisatie.

Remove-ActiveSyncDevice

Hiermee verwijdert u een ActiveSync-verbinding voor een mobiel apparaat uit een postvak. U moet de naam van het mobiele apparaat en het postvak van de gebruiker weten.

Get-ActiveSyncDeviceAccessRule

Hiermee kunt u de regels voor apparaattoegang in Exchange ActiveSync weergeven die u hebt gemaakt met het cmdlet New-ActiveSyncDeviceAccessRule.

New-ActiveSyncDeviceAccessRule

Als u regels voor apparaattoegang in Exchange ActiveSync maakt, kunt u gebruikers toestaan hun postvakken te synchroniseren met specifieke mobiele-apparaatseries of -modellen.

Remove-ActiveSyncDeviceAccessRule

Hiermee verwijdert u bestaande Exchange ActiveSync-regels voor apparaattoegang uit uw organisatie.

Set-ActiveSyncDeviceAccessRule

Hiermee configureert u bestaande Exchange ActiveSync-regels voor apparaattoegang.

Get-ActiveSyncDeviceClass

Hiermee geeft u de lijst weer van Exchange ActiveSync-apparaten die verbinding hebben met postvakken in uw organisatie.

Get-ActiveSyncDeviceStatistics

Hiermee geeft u de lijst met mobiele telefoons weer die zijn geconfigureerd voor synchronisatie met het postvak van een opgegeven gebruiker en synchronisatiestatistieken voor elk apparaat. De geretourneerde informatie bevat statistieken zoals de laatste poging tot synchronisatie en de identificatie van apparaten.

Get-ActiveSyncMailboxPolicy

Hiermee geeft u beleidsregels weer die kunnen worden toegepast op Exchange ActiveSync-apparaten die zijn verbonden met postvakken in uw organisatie, en de instellingen die voor deze beleidsregels zijn geconfigureerd.

New-ActiveSyncMailboxPolicy

Hiermee maakt u een beleidsregel voor postvakken in Exchange ActiveSync die u kunt toepassen op postvakken in uw organisatie voor het afdwingen van de instellingen van verbonden Exchange ActiveSync-apparaten.

Remove-ActiveSyncMailboxPolicy

Hiermee verwijdert u bestaande beleidsregels voor postvakken in Exchange ActiveSync die de instellingen van verbonden Exchange ActiveSync-apparaten afdwingen.

Set-ActiveSyncMailboxPolicy

Hiermee configureert u de instellingen van een bestaand beleid dat wordt toegepast op postvakken in uw organisatie voor het afdwingen van de instellingen van verbonden Exchange ActiveSync-apparaten.

Get-ActiveSyncOrganizationSettings

Hiermee geeft u de Exchange ActiveSync-instellingen weer voor uw organisatie.

Set-ActiveSyncOrganizationSettings

Hiermee configureert u de standaardinstellingen in Exchange ActiveSync voor uw organisatie. U kunt bijvoorbeeld het standaardtoegangsniveau instellen voor het toestaan, blokkeren of in quarantaine plaatsen van nieuwe apparaten.

Cmdlets die momenteel beschikbaar zijn voor Exchange Online-beheerders

Unified Messaging

Gebruik de volgende cmdlets voor het weergeven en configureren van UM-instellingen (Unified Messaging) in Microsoft Office 365 voor ondernemingen. Zie Unified Messaging gebruiken om Exchange te verbinden met uw telefoonsysteem voor meer informatie.

Opmerking   Unified Messaging is niet beschikbaar in Live@edu-organisaties.

 

Cmdlet Beschrijving

Disable-UMAutoAttendant

Hiermee schakelt u een bestaande UM Auto Attendant uit die is ingeschakeld. U kunt de UM Auto Attendant niet uitschakelen als deze is gekoppeld aan de UM-hunt-groep die bij het standaard UM-kiesplan hoort.

Enable-UMAutoAttendant

Hiermee schakelt u een bestaande UM Auto Attendant in die is uitgeschakeld. Wanneer u een UM Auto Attendant maakt, is deze niet automatisch ingeschakeld. Als u wilt dat de Auto Attendant inkomende oproepen beantwoordt, moet u de Auto Attendant eerst inschakelen.

Get-UMAutoAttendant

Hiermee geeft u informatie weer over opgegeven UM Auto Attendants of haalt u een lijst op met de UM Auto Attendants in uw organisatie.

New-UMAutoAttendant

Hiermee kunt u een nieuwe UM Auto Attendant maken. Wanneer u een nieuwe UM Auto Attendant maakt, is deze gekoppeld aan één UM-kiesplan dat een lijst bevat met toestelnummers.

Remove-UMAutoAttendant

Hiermee kunt u een UM Auto Attendant verwijderen. Hierdoor worden ook alle UM Auto Attendants verwijderd uit eventuele gekoppelde UM-kiesplannen. Wanneer de UM Auto Attendant is verwijderd, worden inkomende telefoonoproepen naar de geconfigureerde toestelnummers niet meer beantwoord door de UM Auto Attendant.

Set-UMAutoAttendant

Hiermee wijzigt u de instellingen van een bestaande UM Auto Attendant. Sommige waarden voor de UM Auto Attendant kunnen alleen worden gewijzigd als de UM Auto Attendant wordt verwijderd en er een nieuwe wordt gemaakt.

Export-UMCallDataRecord

Hiermee exporteert u records met UM-oproepgegevens voor een opgegeven datum naar een CSV-bestand. U kunt alle records met oproepgegevens filteren op bepaalde UM-kiesplannen en UM-IP-gateways. Als u geen UM-IP-gateway opgeeft, worden echter alle records met oproepgegevens geretourneerd.

Get-UMCallDataRecord

Hiermee kunt u records met UM-oproepgegevens weergeven voor een UM-postvak van een bepaalde gebruiker.

Get-UMCallSummaryReport

Hiermee geeft u de verzamelde statistieken weer over alle oproepen die zijn ontvangen of verzonden in een organisatie, inclusief spraakoproepen, gemiste oproepen, toegang van abonnees, Auto Attendant- of fax-oproepen.

Get-UMDialPlan

Hiermee geeft u informatie weer over opgegeven UM-kiesplannen of haalt u een lijst op met de UM-kiesplannen in uw organisatie.

New-UMDialPlan

Hiermee maakt u een nieuw UM-kiesplan.

Remove-UMDialPlan

Hiermee verwijdert u een UM-kiesplan.

Set-UMDialPlan

Hiermee wijzigt u de eigenschappen van een bestaand UM-kiesplan.

Get-UMHuntGroup

Hiermee geeft u informatie weer over opgegeven UM-hunt-groepen of haalt u een lijst op met de UM-hunt-groepen in uw organisatie. Als u een bepaalde UM-hunt-groep wilt weergeven, moet u de naam opgeven van de UM-IP-gateway die bij de UM-hunt-groep hoort, bijvoorbeeld Get-UMHuntGroup MyUMIPGateway\MyUMHuntGroup1.

New-UMHuntGroup

Hiermee kunt u een nieuwe UM-hunt-groep maken die wordt gebruikt voor het koppelen van inkomende oproepen aan een bepaald UM-kiesplan. U moet een UM-hunt-groep maken om communicatie mogelijk te maken tussen een UM-IP-gateway en een UM-kiesplan.

Remove-UMHuntGroup

Hiermee kunt u een UM-hunt-groep verwijderen. De UM-hunt-groep wordt ook verwijderd uit de UM-IP-gateway.

Disable-UMIPGateway

Hiermee kunt u een UM-IP-gateway configureren. De UM-IP-gateway beantwoordt geen inkomende oproepen meer en plaatst ook geen uitgaande oproepen meer.

Enable-UMIPGateway

Hiermee kunt u een UM-IP-gateway inschakelen. De UM-IP-gateway beantwoordt inkomende oproepen en plaatst uitgaande oproepen via de IP-gateway.

Get-UMIPGateway

Hiermee geeft u informatie weer over opgegeven UM-IP-gateways of haalt u een lijst op met de UM-hunt-gateways in uw organisatie.

New-UMIPGateway

Hiermee kunt u een nieuwe UM-IP-gateway maken.

Remove-UMIPGateway

Hiermee kunt u een UM-IP-gateway verwijderen.

Set-UMIPGateway

Hiermee kunt u de configuratie-instellingen van een UM-IP-gateway wijzigen.

Disable-UMMailbox

Hiermee kunt u UM-functionaliteit uitschakelen voor een UM-postvak.

Enable-UMMailbox

Hiermee kunt u UM-functionaliteit inschakelen voor een postvak.

Get-UMMailbox

Hiermee geeft u de UM-informatie weer over opgegeven UM-postvakken of haalt u een lijst op met de UM-postvakken in uw organisatie.

Set-UMMailbox

Hiermee kunt u de instellingen van de UM-configuratie van een UM-postvak wijzigen.

Get-UMMailboxPIN

Hiermee kunt u informatie weergeven die wordt berekend op basis van de pingegevens die in versleutelde vorm zijn opgeslagen in het UM-postvak van de gebruiker. Dit cmdlet geeft ook aan of het postvak of de gebruikerstoegang is vergrendeld.

Set-UMMailboxPIN

Hiermee kunt u de pincode voor een UM-postvak opnieuw instellen.

Get-UMMailboxPolicy

Hiermee geeft u de informatie weer over een opgegeven beleidsregel voor UM-postvakken of haalt u een lijst op met de beleidsregels voor UM-postvakken in uw organisatie.

New-UMMailboxPolicy

Hiermee maakt u een nieuwe beleidsregel voor UM-postvakken.

Remove-UMMailboxPolicy

Hiermee kunt u een beleidsregel voor UM-postvakken verwijderen. De beleidsregel voor UM-postvakken kan niet worden verwijderd als er UM-postvakken zijn die naar deze beleidsregel verwijzen.

Set-UMMailboxPolicy

Hiermee kunt u de configuratie-instellingen van een bestaande beleidsregel voor UM-postvakken wijzigen. De instellingen omvatten pinbeleid, instellingen voor berichttekst en kiesbeperkingen.

Export-UMPrompt

Hiermee kunt u een audiobestand exporteren dat wordt gebruikt als begroeting bij UM-kiesplannen en Auto Attendants.

Import-UMPrompt

Hiermee kunt u een audiobestand importeren zodat dit kan worden gebruikt in UM-kiesplannen en Auto Attendants.

Cmdlets die momenteel beschikbaar zijn voor Exchange Online-beheerders

Hulp opvragen bij de opdrachtregel

U kunt hulp krijgen voor afzonderlijke cmdlets op de opdrachtregel. Gebruik de Help bij de opdrachtregel om de parameters en de geschikte syntaxis bij elke cmdlet te identificeren.

Help bij de opdrachtregel kan verschillende niveaus van gedetailleerdheid aan informatie opleveren. Gebruik de volgende opdrachten om gerichte hulp te krijgen bij de opdrachtprompt. Zie de Microsoft Exchange Server Help: Getting Help (Help opvragen) voor meer informatie over het cmdlet Get-Help cmdlet en de bijbehorende syntaxis. Hoewel in dit onderwerp wordt verwezen naar de Exchange Management Shell in implementaties van Exchange op locatie, heeft de inhoud tevens betrekking op de e-mailservice in de cloud en Windows PowerShell met WinRM.

 

Help-opdracht Beschrijving Voorbeeld

Get-Help <cmdlet>

Hiermee krijgt u informatie over het gebruik en de syntaxis van de cmdlet.

Get-Help Get-Mailbox

Get-Help <cmdlet> -Examples

Hiermee geeft u voorbeelden van gangbaar gebruik van cmdlets weer.

Get-Help Get-Mailbox -Examples

Get-Help <cmdlet> -Detailed

Hiermee krijgt u een beschrijving, de syntaxis, een volledige lijst met parameters en hun gebruik, en voorbeelden van de cmdlet.

Get-Help Get-Mailbox -Detailed

Organisaties in de cloud hebben toegang tot een subset van alle cmdlets van Exchange-beheer. Deze organisaties hebben bovendien toegang tot een subset van alle beschikbare parameters voor deze cmdlets. Help bij opdrachtregels maakt momenteel geen onderscheid tussen lokale en cloudimplementaties. Daarom vindt u ook een aantal cmdlets en parameters in de Help bij opdrachtregels die niet van toepassing zijn op e-mailservice in de cloud.

Over het algemeen kunt u alle parameters negeren die naar een fysieke bron verwijzen. Als u een foutbericht krijgt dat een parameter niet kan worden gevonden of dat een cmdlet niet wordt herkend, probeert u waarschijnlijk een parameter of cmdlet te gebruiken die niet is toegestaan voor uw beheerdersrol, of die niet geldig is voor uw organisatie.

Cmdlets die momenteel beschikbaar zijn voor Exchange Online-beheerders

 
Verwante Help-onderwerpen
Laden…
Er zijn geen bronnen gevonden.