Antispamfilters en berichthygiëne

 

Van toepassing op: Office 365 for professionals and small businesses, Office 365 for enterprises, Live@edu

Onderwerp laatst gewijzigd: 2012-12-04

Alle versies van de cloudservice voor e-mail van Microsoft maken gebruik van Forefront Online Protection for Exchange (FOPE) in de strijd tegen spam en phishing. Wanneer bij de gatewayserver van de cloudservice voor e-mail berichten worden ontvangen, worden deze geëvalueerd. Er wordt ook een SCL-waarde (spam confidence level) aan deze berichten toegewezen. De SCL-score die aan het bericht wordt toegewezen geeft aan hoe groot de kans is dat dit bericht spam is, op basis van kenmerken zoals inhoud, berichtkop enz. De SCL wordt toegevoegd aan de metagegevens van het bericht als het bericht doorheen de cloudgebaseerde infrastructuur van de e-mailservice reist.

De SCL-waarde is een nummerieke waarde tussen 0 en 9. Hoe hoger de waarde, hoe groter de kans dat het bericht spam is. De cloudgebaseerde infrastructuur van de e-mailservice heeft SCL-drempelwaarden vastgesteld die bepalen welke actie bij een specifieke SCL-waarde moet worden ondernomen.

 

SCL-drempelwaarde

Actie

De SCL-waarde is 5 of hoger.

Het bericht wordt bij de cloudservice voor e-mail bezorgd, waar het in de map Ongewenste e-mail van de gebruiker terechtkomt.

De SCL-waarde is 4 of lager.

Het bericht wordt bij de cloudservice voor e-mail bezorgd, waar het in het Postvak IN van de gebruiker terechtkomt.

Eindgebruikers kunnen lijsten met veilige afzenders configureren van wie e-mail nooit als spam mag worden afgehandeld, en lijsten met geblokkeerde afzenders van wie e-mail altijd als spam moet worden afgehandeld.

Spamfilters die door gebruikers worden beheerd

Standaard is het filter voor ongewenste e-mail ingeschakeld op alle postvakken in de cloudservice voor e-mail. Gebruikers kunnen bepaalde spaminstellingen voor hun eigen postvak beheren. Zie Instellingen voor ongewenste e-mail voor meer informatie over hoe gebruikers spam kunnen beheren.

Berichthygiëne die door de beheerder met FOPE wordt beheerd

Hoewel alle cloudsystemen voor e-mail van Microsoft worden beschermd door de infrastructuur van FOPE, kunnen alleen de beheerders van Microsoft Office 365 voor ondernemingen en Live@edu de berichthygiënefuncties via het Beheercentrum van FOPE beheren.

In de volgende tabel worden de berichthygiënefuncties beschreven die u kunt beheren in het Beheercentrum van FOPE.

Voor meer informatie over het beheer van deze functies voor Microsoft Office 365 voor ondernemingen raadpleegt u Nieuwe functies van FOPE 11.1.

 

Gebied

Beschrijving

Anti-spambeveiliging

Verbindingsfilters met behulp van de op Microsoft DNS gebaseerde blokkeringslijst.

Anti-spambeveiliging

Verbindingsfilters van het team voor SPAM-analyses van Microsoft voor realtime updates van SPAM

Anti-spambeveiliging

Ondersteuning van veilige afzenders

Antivirus

Scannen met meerdere antivirusprogramma's bij de gateway van FOPE

Inkomende e-mail beheersen

Lijsten met veilige adressen, skiplisting

Inkomende e-mail beheersen

Configuratie en implementatie van TLS-versleuteling

Inkomende e-mail beheersen

Filteren van verbinding, inhoud en beleid

Uitgaande e-mail beheersen

Aangepaste SMTP-routering van uitgaande e-mail

Uitgaande e-mail beheersen

Configuratie en implementatie van TLS-versleuteling

De werking van spamfilters

Er worden twee soorten spamfilters toegepast voordat e-mail bij geadresseerden van de cloudservice voor e-mail wordt bezorgd:

  • Verbindingsfilters   Het aantal berichten dat wordt verzonden vanaf één IP-adres wordt gecontroleerd. Verbindingen van één IP-adres waarmee grote hoeveelheden e-mail worden verstuurd aan één of meer geadresseerden in uw domein verzenden mogelijk spam.

  • Inhoudsfilters   Het onderwerp en de inhoud van het bericht worden onderzocht op sleutelwoorden en zinsdelen die er mogelijk op duiden dat het bericht spam is.

Berichten die voldoen aan de filtercriteria kunnen geblokkeerd of bezorgd worden in de map Ongewenste e-mail van de gebruiker. U kunt tevens regels voor het hele bedrijf gebruiken om de stroom van e-mailberichten in uw organisatie te regelen. Een regel kan bijvoorbeeld alle e-mail weigeren met bepaalde sleutelwoorden of die afkomstig is van een bepaalde bron.

Berichten verzenden bij noodsituaties

Bij noodsituaties is het wellicht nodig dat uw organisatie een bericht verstuurt naar alle gebruikers in de cloudservice voor e-mail. Sommige organisaties maken hiervoor gebruik van services van bedrijven die zijn gespecialiseerd in het verzenden van berichten bij calamiteiten.

Neem de volgende maatregelen om te garanderen dat deze berichten niet als spam worden behandeld door FOPE en om ervoor te zorgen dat al uw gebruikers dergelijke berichten zo snel mogelijk ontvangen:

Houd er rekening mee dat er slechts 100 berichten per verbinding worden geaccepteerd als u in een keer een bericht verzendt aan een groot aantal gebruikers. Als er meer dan 100 berichten in de wachtrij staan voor bezorging aan de cloudservice voor e-mail wordt de verbinding na 100 berichten verbroken en moeten uw lokale e-mailservers opnieuw verbinding maken om de volgende batch van 100 berichten te verzenden. Daarom moet u een verzendplan voor berichten bij calamiteiten opstellen, waardoor u snel een e-mailbericht kunt sturen naar alle gebruikers, zonder dat de verbindingslimiet van 100 berichten wordt overschreden. U kunt dit het beste doen door distributiegroepen of een dynamische distributiegroep te gebruiken om het aantal berichten te beperken dat tegelijkertijd wordt verzonden. Een groep wordt bij het verzenden van e-mailberichten (en de bijbehorende limieten) behandeld als een enkele geadresseerde. Zie Broadcast-berichten verzenden naar alle gebruikers voor meer informatie.

Als u een gespecialiseerd bedrijf gebruikt voor het verzenden van meldingen bij noodsituaties, moet u contact opnemen met uw vertegenwoordiger van de cloudservice voor e-mail om ervoor te zorgen dat de service voldoet aan Windows Live.

 
Verwante Help-onderwerpen
Laden…
Er zijn geen bronnen gevonden.