Van toepassing op: Office 365 for professionals and small businesses, Office 365 for enterprises, Live@edu
Onderwerp laatst gewijzigd: 2010-05-18
Voordat u Windows PowerShell kunt gebruiken, moet u ervoor zorgen dat u de juiste versie van Windows PowerShell en Windows Remote Management (WinRM) op de computer hebt geïnstalleerd en geconfigureerd. U moet het Windows Management Framework gebruiken, dat de correcte versies van Windows PowerShell v2 en WinRM 2.0 bevat.
Als op uw computer Windows 7 of Windows Server 2008 R2 wordt uitgevoerd, hoeft u niets te installeren. Het Windows Management Framework is al geïnstalleerd.
U kunt het Windows Management Framework downloaden en installeren als op uw computer een van de volgende besturingssystemen wordt uitgevoerd:
-
Windows Vista Service Pack 1 (SP1) of SP2
-
Windows Server 2008 SP1 of SP2
-
Windows Server 2003 SP2
-
Windows XP SP3
Aan de slag:
Voordat u het Windows Management Framework kunt installeren, moet u eventuele bestaande versies van Windows PowerShell verwijderen.
Opmerking Deze stap is niet vereist voor Windows 7 of Windows Server 2008 R2.
-
Open in het Configuratiescherm in Programma’s in Programma’s en onderdelen eventuele exemplaren van Windows PowerShell die in de lijst met geïnstalleerde programma's staan. Zo kan de CTP-versie (Community Technology Preview) van Windows PowerShell v2 worden weergegeven als Windows PowerShell (TM) V2.
-
Selecteer onder Taken de optie Geïnstalleerde updates weergeven en verwijder alle exemplaren van Windows PowerShell die worden weergegeven in de lijst met geïnstalleerde updates. Windows PowerShell V1 kan bijvoorbeeld als Windows-update worden weergegeven met een van de volgende nummers voor een Microsoft Knowledge Base-artikel:
-
KB928439
-
KB923569
-
KB928439
-
Open Serverbeheer en ga naar Functies.
-
Klik op Functies verwijderen.
-
Selecteer Windows PowerShell en voer de aanwijzingen voor verwijdering uit.
-
Klik op Functies verwijderen.
-
Open in het Configuratiescherm in Programma’s in Programma’s en onderdelen eventuele exemplaren van Windows PowerShell die in de lijst met geïnstalleerde programma's staan.
-
Selecteer onder Taken de optie Geïnstalleerde updates weergeven. Verwijder alle versies van Windows PowerShell die in de lijst met geïnstalleerde updates staan.
-
Open Software in het Configuratiescherm en verwijder alle exemplaren van Windows PowerShell die worden weergegeven in de lijst met geïnstalleerde programma's.
-
Schakel in Software het selectievakje Updates weergeven in. Verwijder alle versies van Windows PowerShell die in de lijst met geïnstalleerde updates staan. Windows PowerShell V1 kan bijvoorbeeld als Windows-update worden weergegeven met het nummer KB926139 voor een Microsoft Knowledge Base-artikel.
Voordat u het Windows Management Framework kunt installeren, moet u eventuele bestaande versies van WinRM verwijderen.
Opmerking Deze stap is niet vereist voor Windows 7 of Windows Server 2008 R2.
-
Open Programma’s en onderdelen in Programma’s in het Configuratiescherm en verwijder eventuele exemplaren van Windows Remote Management die in de lijst met geïnstalleerde programma's staan.
-
Selecteer onder Taken de optie Geïnstalleerde updates weergeven. Verwijder alle versies van Windows Remote Management die in de lijst met geïnstalleerde updates staan. Zo kan de CTP (Community Technology Preview) van WinRM 2.0 als WindowsRemoteManagement worden weergegeven met een van de volgende nummers voor een Knowledge Base-artikel:
-
KB936059
-
KB950099
-
KB936059
-
Open Software in het Configuratiescherm en verwijder alle exemplaren van Windows Remote Management die worden weergegeven in de lijst met geïnstalleerde programma's.
-
Schakel in Software het selectievakje Updates weergeven in. Verwijder alle versies van Windows Remote Management die in de lijst met geïnstalleerde updates staan. WinRM kan bijvoorbeeld als Windows-update worden weergegeven met het nummer KB936059 voor een Microsoft Knowledge Base-artikel.
-
Download en installeer het Windows Management Framework. Kies het pakket met Windows PowerShell v2 en WinRM2.0 dat van toepassing is op uw besturingssysteem, systeemarchitectuur en taal.
Nadat u WinRM en Windows PowerShell hebt geïnstalleerd, configureert u de software zodanig dat deze correct functioneert zoals in de volgende stappen wordt beschreven.
Opmerking Als uw lokale computer wordt beveiligd door een ISA-server (Microsoft Internet Security and Acceleration), moet u misschien op uw lokale computer de Windows Firewall-client installeren of een proxyserver configureren om Windows PowerShell te verbinden met de cloudservice. Zie Windows PowerShell: Veelgestelde vragen voor beheerders voor meer informatie.
-
Klik op Start > Alle programma’s > Accessoires > Windows PowerShell.
-
Voer een van de volgende handelingen uit om het Windows PowerShell te openen:
-
Klik met de rechtermuisknop op Windows PowerShell en selecteer Als administrator uitvoeren als u Windows Vista, Windows 7 of Windows Server 2008 R2 uitvoert. Als u een prompt van Gebruikersaccountbeheer krijgt met de vraag of u wilt doorgaan, antwoordt u met Doorgaan.
-
Klik op Windows PowerShell als u Windows XP of Windows Server 2003 uitvoert.
-
Klik met de rechtermuisknop op Windows PowerShell en selecteer Als administrator uitvoeren als u Windows Vista, Windows 7 of Windows Server 2008 R2 uitvoert. Als u een prompt van Gebruikersaccountbeheer krijgt met de vraag of u wilt doorgaan, antwoordt u met Doorgaan.
-
Voer de volgende opdracht uit:
-
Als de geretourneerde waarde iets anders is dan
RemoteSigned, moet u de waarde wijzigen inRemoteSigned.
Opmerking Als u het scriptuitvoeringsbeleid instelt opRemoteSigned, kunt u alleen scripts uitvoeren die u op de computer maakt, of scripts die zijn ondertekend door een betrouwbare bron.
-
Klik op Start > Alle programma’s > Accessoires.
-
Voer een van de volgende handelingen uit om een opdrachtprompt te openen:
-
Klik met de rechtermuisknop op Opdrachtprompt en selecteer Als administrator uitvoeren als u Windows Vista, Windows 7 of Windows Server 2008 R2 uitvoert. Als u een prompt van Gebruikersaccountbeheer krijgt met de vraag of u wilt doorgaan, antwoordt u met Doorgaan.
-
Klik op Opdrachtprompt als u Windows XP of Windows Server 2003 uitvoert.
-
Klik met de rechtermuisknop op Opdrachtprompt en selecteer Als administrator uitvoeren als u Windows Vista, Windows 7 of Windows Server 2008 R2 uitvoert. Als u een prompt van Gebruikersaccountbeheer krijgt met de vraag of u wilt doorgaan, antwoordt u met Doorgaan.
-
Voer de volgende opdrachten uit via de opdrachtprompt:
Opmerking Als de WinRM-service al wordt uitgevoerd, hoeft u deze niet te starten. U kunt de status van de WinRM-service controleren door de opdrachtsc query winrmuit te voeren.
-
Zoek in de resultaten naar de waarde
Basic =. Als de waardeBasic = falseis, moet u de waarde wijzigen inBasic = true.
Opmerking Als u de WinRM-service hebt gestart en u hoeft de waardeBasicniet te wijzigen, voert u de opdrachtnet stop winrmuit om de WinRM-service te stoppen.
-
Voer de volgende opdracht uit bij de opdrachtprompt die u zojuist als administrator hebt geopend. De waarde tussen de haakjes
{ }is hoofdlettergevoelig:
-
Controleer de waarde
Basic = truein de uitvoer van de opdracht.
Opmerking Als u de WinRM-service hebt gestart, voert u de opdrachtnet stop winrmuit om de WinRM-service te stoppen.
